1/2
  • Ariën Rasmijn

De haai



Niemand van de buitenwacht had verwacht dat Otmar Oduber zo abrupt zou stoppen. Een haai moet immers blijven zwemmen om in leven te blijven. Maar Otmar Oduber is geen roofdier, maar een mens. “Mijn lijf is moe”, zei hij eergisteren met precies genoeg theater. Dat kan ook niet anders. In het afgelopen jaar vroegen mensen mij niet meer of ik dacht dat hij onderhandse deals had met hoteliers of projectontwikkelaars. Ze vroegen mij of hij ernstig ziek was. “Otmar ziet er zo mager uit. Er is iets mis.” Zelf heb ik het hem ook een keer gevraagd. In Bao Palo bij Ivo Yanez vertelde hij over een zware operatie die op komst was. Zijn directe kring en zijn collega’s, zo blijkt nu, hoorden van hem al langer dat hij wilde vertrekken. Het werk zou een te zware wissel op hem trekken. Via via hoorde ik dat hij vooral veel pijn had, de hele tijd. Maar tot het allerlaatst, nota bene met een van zijn meest verbeten gevechten tegen misschien wel zijn meest geduchte tegenstander, zette hij door. Koppig, vaak ook gemeen, alles op alles inzettend. “Ik ga niet dood, hoor. Alles wat over mijn gezondheid wordt gezegd is zwaar overtrokken”, zei Oduber eergisteren. Maar het lijf is moe en het is tijd om er voor het gezin te zijn en voor de eigen gezondheid te zorgen. Niet meer de staf aanjagen, de zin doordrijven in de ministerraad, tegenstanders van repliek dienen, domme of lastige vragen van de pers beantwoorden of de hoofden van dienst slapeloze nachten bezorgen. Niet meer iedereen tien stappen voor zijn, alles lezen, alles wegen, plannen verzinnen en tot in de puntjes voorbereiden. Deze haai gaat even op de zeebodem liggen en het water door zijn kieuwen laten trekken.  


Er is niemand op Aruba die geen uitgesproken mening heeft over Otmar Oduber. Ik ken mensen die hem op handen dragen. Ik ken ook mensen die hem zo diep en intens haten dat ze zijn bloed wel kunnen drinken en urenlang in de lelijkste termen over hem kunnen blijven praten, langer dan degenen die hem op handen dragen. Ik heb gehoord van mensen die ervan overtuigd waren dat hij ooit een deal met de duivel had gesloten. En ik heb mensen gesproken die in hem de ultieme vriend zien: loyaal, hartelijk, betrokken, eerlijk en bereid voor je te knokken als je aan zijn zijde staat. Maar wee je gebeente ook als je zijn tegenstander bent.


Veel mensen zien in hem een hard werkende politicus. En minstens zoveel anderen speculeren dat er iets niet in de haak is en dat hij op het punt staat om voor een of andere corrupte handeling gearresteerd te worden. Dat op het punt staan is al jaren het geval – hoe vaak kreeg ik niet een appje van iemand met het bericht dat het morgen echt gaat gebeuren en dat ik met mijn camera klaar zou moeten staan – en tot op de dag van vandaag loopt hij vrij rond. Geen vuiltje aan de lucht. Wanneer mensen mij (want ik ben immers journalist en beschik over een glazen bol volgens hen) vragen of er niet iets aan de hand is – “Die man moet geld onder de tafel hebben gekregen van die projectontwikkelaars. Dat kán toch niet anders?!” – dan zeg ik altijd: “Denk jij écht dat als die man een scheve schaats zou rijden, dat hij het OM sowieso niet altijd 100 stappen voor zou zijn? Dat geld waar jij zo zeker over zegt te zijn zou nooit te traceren zijn. Het zou achter zes sloten weggestopt zijn in offshores ver weg, op advies van de best brains in the business. Geen cent daarvan zou ooit op Aruba worden besteed. Dit is Otmar Oduber, niet Paul Croes. Bovendien heeft hij al gezien wat een strafrechtelijk onderzoek met je kan doen. Zo iemand, als hij zich er überhaupt aan zou wagen, laat zich niet pakken.” Aan de andere kant; vergis je niet. Otmar Oduber, amper 47 jaar oud, gaat soort van met vervroegd pensioen. En zelfs de mensen met de meest kwade tongen die ervan overtuigd zijn dat er op zijn minst een luchtje zit aan deze man, kunnen niet anders dan met al het vergif dat ze maar kunnen opbrengen op de radio schreeuwen dat hij niets zomaar doet en dat al zijn zetten tot in het uiterste berekend zijn. Precies dat werd ook eergisteren geroepen nadat hij zijn vertrek uit de Arubaanse politiek had aangekondigd. Meer dan wat dan ook getuigt zoiets van toch een diep respect. Niets oprechter dan een hater die toch ontzag voor jou heeft. Geen beter compliment dan een die met grote tegenzin wordt gegeven. Deze hoorde ik ook heel vaak: “Hij is een schurk, maar hij krijgt wel dingen voor elkaar.”


Elke politicus wil een nalatenschap. Iets achterlaten dat lang na de dood zal blijven voortbestaan, een klein stukje onsterfelijkheid. Otmar stapt op en laat een politiek landschap achter waar hij voor altijd diepe sporen heeft achtergelaten. Hij legde de lat hoog voor allerlei zaken, van campagnefondsen werven, gebruik van pers en media, projecten doorzetten en departementen verzelfstandigen tot aan tegenstanders trollen. Daar waar anderen stopten, soms uit gêne of zelfs gezond verstand, ging hij altijd verder. Tussen de sporen die hij achterlaat zijn dus ook sporen van vernieling. Dat kan ook niet anders want Otmar Oduber heeft als politicus, en dat siert hem uiteindelijk ook, zich nooit anders voorgedaan dan wie hij als persoon is in al zijn complexiteit. Je kunt heel veel over hem zeggen, goed en slecht, maar niet dat hij nep of schijnheilig is. De Otmar Oduber die ik in de afgelopen tien jaar heb mogen meemaken en die in al die jaren ook altijd in het middelpunt van het nieuws stond is wat elke politicus zou moeten zijn, namelijk een politieke topsporter, altijd op het scherpst van de snede. Iemand die, of je het met hem eens bent of niet (en God weet hoe vaak ik het niet met hem eens ben geweest, van hotelprojecten tot aan de incinerator), 100 procent betrokken en plugged-in is, ijzersterk kan communiceren, snel kan schakelen en ook berekenend en pragmatisch kan zijn, tot op het snoeiharde af. Iemand die ervoor zorgt, goedschiks of kwaadschiks, dat je niet om hem heen kan. Maar ook iemand met wie je een open gesprek kan houden, die luistert en (bijna) altijd een helder antwoord geeft waar je – in ieder geval als reporter – wat mee kan.  


Never a dull moment met die man, te meer ook vanwege zijn ego. In de kabinetten Mike Eman I en II was hij zijn eigen minister-president, de zonnekoning met de enige portefeuille waarmee gerust gestrooid kon worden, Toerisme. Het voorzag hem van de nodige glamour, maar leverde hem uiteindelijk ook vijanden voor het leven op. Alle andere ministeries waren rustig, maar bij hem was het een en al bedrijvigheid en droegen alle dames een soort van bankuniform. En daar waar de regels gebogen konden worden gebeurde het ook af en toe. Zo kon je direct bij het ministerie VIP-kaarten kopen voor het AIFF-concert van Marc Anthony, de act waar hij naar verluidt bij de festivalorganisatie op had aangedrongen om te boeken. Dat waren de hoogtijdagen. Hoe anders en hoeveel soberder werd het in dit nieuwe kabinet. En nog liet hij zich gelden, dit keer vooral op gebied van terreinafgifte en afvalverwerking, waarmee hij met zijn vermoeide lijf een all-out mediaoorlog aanging met MetaCorp. Ik durf te wedden dat hij van dat gevecht ook enigszins genoot. En net als bij de vorige regering werd hij de trekker in andermans portefeuille met het strikken van Grupo Martinon voor het all-inclusive hotel in Seroe Colorado. En daarin, of je het nou eens bent of niet, zit zijn echte nalatenschap. Otmar Oduber’s visie voor de toekomst van San Nicolas zal grotendeels de toekomst markeren, niet alleen voor dat district maar voor de economie van Aruba. In goede, maar misschien ook slechte zin. Hij heeft nog een paar maanden te gaan en er zal vast nog wat spraakmakends uit zijn hoge hoed komen. Daarna is het over en uit voor een van de meest markante en hardwerkende politici in de Arubaanse geschiedenis. Ik ga niet zeggen dat hij zal worden gemist, want ik kan me niet voorstellen dat hij niet ergens weer zal opduiken. Daar kijk ik ook naar uit. Have a good one, ouwe. 

Ad SETAR Complete 60+.gif

Abona na nos newsletter

  • White Facebook Icon